Een flink deel van de werknemers heeft zorgen over de impact van AI, blijkt uit onderzoek van OpenUp.nl, een platform voor mentaal welzijn. Werkgevers hebben dan ook een flinke slag te maken in de ondersteuning van werknemers bij de AI-transitie, vinden diverse experts.
Een van die experts is Remco van der Schoot. Van der Schoot heeft een bachelor in Integrale Veiligheidskunde en is nu onderzoeker aan de Hogeschool Utrecht, waar hij zich bezighoudt met cybersecurity en shadow IT. "Dat laatste is in het kort: waarom gebruiken mensen IT op de werkvloer die ze van hun baas niet mogen gebruiken?"
Werknemers moeten AI-training krijgen
Volgens Van der Schoot moeten we AI-geletterd worden. Daarmee bedoelt hij: kennis vergaren van zowel de kansen als de risico's. "Niet alleen technisch, maar ook sociaal, ethisch en praktisch."
Hij geeft een voorbeeld aan de hand van een van de meest gebruikte vormen van AI: chatbots. "Besef dat die niet zijn gemaakt om de waarheid te spreken. Als je ze een vraag stelt, dat heet een prompt, zoekt zo'n tool naar de meest logische volgende woorden. De bot doet dat op basis van patronen in eerder aangeleverde data. Je kunt een chatbot dus wel gebruiken als sparringpartner, maar je moet altijd controleren of het klopt wat je terugkrijgt."
Geef die training in begrijpelijke taal
Ook hogere veiligheidskundige Kees Kraaiveld vindt dat werkgevers hun werknemers moeten gaan trainen in AI. Kraaiveld was een van de early adopters. In 2023 bracht hij het boek Productiever met ChatGPT uit. Hij beantwoordt daarin vragen als 'Wat is deze technologie', 'Wat betekent het voor jou en je productiviteit', 'Hoe kun je AI gaan inzetten' en 'Wat zijn de risico's'?
Dit zijn ook precies de vragen waar werkgevers hun werknemers als eerste in moeten gaan trainen, vindt Kraaiveld. "Het is verstandig om dat te doen in de taal van de werknemer. Natuurlijk kan het handig zijn om een IT-specialist een training te laten geven. Maar kies voor de basis iemand die duidelijk kan uitleggen hoe AI zich verhoudt tot specifieke taken. Anders redeneren mensen al snel: AI heeft niets met mijn werk te maken."
Chatbots bekendste vorm van AI
Uitleggen wat AI is, daar moet je dus mee beginnen, zegt Kraaiveld. Dan zijn de chatbots voor werknemers waarschijnlijk al een bekende vorm. Enkele voorbeelden zijn ChatGPT (van OpenAI), Copilot (Microsoft), Gemini (Google) en Claude (Anthropic). Ze hebben allemaal hun sterke en zwakke punten, zegt Van der Schoot. "Gebruikers ervaren vaak dat bepaalde modellen beter presteren voor specifieke taken. ChatGPT is bijvoorbeeld sterker dan andere chatbots in brede ondersteuning bij kenniswerk. Claude is heel sterk in programmeren."
ChatGTP steeds vaker in de ban
Van der Schoot ziet dat steeds meer bedrijven het gebruik van ChatGPT niet meer toestaan. Het is voor die bedrijven te onduidelijk wat er met de data gebeurt die werknemers invoeren. Weliswaar geeft ChatGPT de optie om de chatgeschiedenis uit te zetten, waardoor gesprekken met ChatGPT niet gebruikt zouden worden om AI-modellen van eigenaar OpenAI te trainen. Maar OpenAI is net als andere aanbieders heel schimmig over hun AI-modellen. Steeds meer bedrijven kiezen daarom liever voor een alternatief.
Alternatieven voor ChatGPT
Copilot wordt vaak aangeboden, omdat het toch al aansluit op andere Microsoft-toepassingen als Word, Excel en Teams. Het voordeel voor bedrijven is ook dat ze in een overeenkomst met Microsoft kunnen vastleggen dat de data alleen van hen blijft.
Van der Schoot: "Hierbij is het belangrijk dat zowel de gegevens van de organisatie als de inhoud van de prompts niet worden gebruikt voor de verdere ontwikkeling of training van AI-modellen." Er zijn ook bedrijven die zelf fors investeren in de ontwikkeling van AI. Zo heeft ASML een strategisch belang genomen in Mistral AI, een van Europa's grootste AI-ontwikkelaars, vertelt Kraaiveld.
Privacyrisico 1: data komen in AI-model
Wat betreft privacy zijn er twee soorten risico's als het om AI gaat, zegt Van der Schoot.
"Ten eerste bestaat het risico dat data in een AI-model terechtkomen. Dit risico is reëel. Bij de invoer van vertrouwelijke of persoonsgegevens zonder rechtsgeldige grondslag in een AI-systeem, is er feitelijk sprake van een datalek of onrechtmatige gegevensverwerking. Ook wanneer de verwerking wel rechtmatig is, geldt het beginsel van dataminimalisatie. In de praktijk wordt vaak meer informatie gedeeld dan noodzakelijk, waardoor alsnog spanning met de geldende privacywetgeving kan ontstaan."
Het ging op dit vlak bijvoorbeeld fout bij de gemeente Eindhoven, december 2025. In een maand tijd hadden medewerkers meer dan1.000 documenten met persoonsgegevens naar externe AI-tools geüpload. Denk aan BSN-nummers, Wmo-gegevens, gegevens over verslavingsgevoeligheid en financieel gevoelige data.
Privacyrisico 2: data lekken uit AI-model
Ten tweede is er het risico dat data vervolgens via een AI-model weer naar buiten lekken, zegt Van der Schoot. "Dit scenario is theoretisch en technisch mogelijk. Bijvoorbeeld door informatie te reproduceren uit trainingsdata of via specifieke aanvallen op een model."
"Tegelijkertijd lijkt het aantal gedocumenteerde incidenten waarbij gevoelige gegevens op grote schaal uit AI-modellen zijn teruggewonnen vooralsnog beperkt. Als dit risico frequent zou optreden, zou je verwachten dat hierover meer en concretere casuïstiek beschikbaar is."
De vraag is volgens de onderzoeker daarom niet alleen óf data in AI-modellen terechtkomen, maar vooral in welke mate en met welke betrouwbaarheid zulke gegevens vervolgens door derden zijn terug te halen. "Anders gezegd: hoe groot is het daadwerkelijke risico dat cybercriminelen, concurrenten of overheden via een AI-model toegang krijgen tot eerder ingevoerde of gebruikte gegevens?"
Ander risico: te veel vertrouwen op uitkomsten
Maar er zijn ook andere risico's, benadrukt Van der Schoot. Bijvoorbeeld waar het de betrouwbaarheid betreft. "Naarmate AI steeds vaker wordt ingezet voor analyse, besluitvorming en kenniswerk, ontstaat het risico dat gebruikers te veel vertrouwen op de uitkomsten. AI-modellen kunnen immers overtuigende, maar feitelijk onjuiste of onvolledige antwoorden genereren."
Voor bedrijven en hun werknemers is het in ieder geval heel belangrijk om open gesprekken te voeren over de keuze voor een AI-model, adviseert hij. "Werknemers willen over het algemeen het liefst het model gebruiken dat het beste werkt. Maar er zijn kansen, risico's én grote verschillen."
Bovendien is de markt heel dynamisch. Misschien is er over een paar maanden alweer een nieuwe koploper. Gebruikers willen graag kunnen wisselen. Kiest een bedrijf een model dat technisch gezien minder mogelijkheden heeft, dan kan dat voor weerstand zorgen."
Stem keuze AI-model af met werknemers
Ook Kraaiveld benadrukt het belang van afstemming met werknemers. "De risico's van AI zijn redelijk universeel. De mogelijkheden hangen echt af van het soort bedrijf en de taken van een werknemer. Idealiter kan iedere medewerker aangeven welk repetitief werk diegene frustratie oplevert. Dan onderzoek je vervolgens samen hoe AI daarbij kan helpen. Met de risico's in het achterhoofd."
Hij pleit daarnaast voor het aanstellen van een AI Officer. 'Die houdt in de gaten wat er gebeurt, want de ontwikkelingen gaan razendsnel. En die kan er meteen ook op toezien dat het gebruik van AI plaatsvindt binnen de afgesproken randvoorwaarden."
Wat heeft veiligheidskundige aan AI?
Dan de vraag: is AI ook nuttig bij taken van de veiligheidskundige? In principe past wat AI goed kan, minder goed bij het werk van de veiligheidskundige, zegt Kraaiveld. "Voor ons is proportionaliteit heel belangrijk: welke maatregelen staan in verhouding tot een risico?"
"Dat hangt vaak van ontzettend veel zaken af. Hoe zit je op je kantoorplek, wat is de lichtinval, hoeveel ruimte heb je, heb je een lendensteun op je stoel, heb je een aangepaste muis? Zulke afwegingen kun je nog niet altijd aan AI overlaten, want dan wordt het onwerkbaar strikt."
En een groot document laten samenvatten zodat je jouw adviezen beter kan delen met een manager? Dan moet je het resultaat heel kritisch beoordelen, benadrukt Kraaiveld. "Want de nuance mist AI nog best vaak. Die fouten zie je meestal pas als je veel kennis hebt van een onderwerp." Van der Schoot en zijn collega-onderzoekers zijn huiverig voor samenvattingen door AI-tools. "Omdat die ook kunnen gaan hallucineren. Dat betekent dat ze zelf dingen verzinnen die misschien logisch zijn, maar niet benoemd."
Impact op mentale welzijn medewerkers
Los van de discussie over kansen versus risico's, ontstaan op de werkvloer ook andere vraagstukken tijdens de AI-transitie, weten Kraaiveld en Van der Schoot. Bijvoorbeeld over het mentale welzijn van medewerkers (zie kader). Zo gebruikt 1 op de 5 Nederlanders AI om te praten over gedachten en emoties.
Oprichter van OpenUp.nl en GZ-psycholoog Gijs Coppens: "Cliënten gebruiken AI om gedachten te ordenen, lastige gesprekken voor te bereiden of om eigen patronen voor zich te zien. Voor die toepassingen werkt het en moedig ik het gebruik zeker aan."
"Tegelijkertijd is er soms ook een ander beeld te zien in de praktijk, bijvoorbeeld bij mensen met een angststoornis. Wanneer mensen veel geruststelling en bevestiging zoeken, voedt AI juist de klacht. Daarom luidt in die gevallen het advies om AI niet, beperkt of met tussenkomst van een professional te gebruiken."
Sparren professionals en beslissers cruciaal
Een andere belangrijke vraag: als er productiviteitswinst is dankzij AI, wie profiteert daar dan echt van? Het bedrijf, de werknemer, de klant? Ook daarover moet het gesprek met werknemers gaan, benadrukt Kraaiveld.
En: verliezen medewerkers niet te veel autonomie door de inzet van AI? "We weten dat in ieder geval een deel van hen de neiging heeft om achterover te leunen als techniek te veel werk gaat overnemen. Daar moet je alert op zijn", zegt Van der Schoot. "Sparren tussen professionals en beslissers is ook met AI nog steeds cruciaal", zegt Kraaiveld.



















