Kabinet stelt afstandsnorm windturbines vast, provincies verwelkomen duidelijkheid

Het kabinet heeft een minimale afstandsnorm vastgesteld tussen windturbines en woningen. Turbines op land moeten in beginsel op minimaal twee keer hun tiphoogte van woningen staan. Bij een gemiddelde tiphoogte van 190 tot 240 meter komt dat in de praktijk neer op enkele honderden meters. Vooral in dichtbevolkte gebieden kan dat gevolgen hebben voor de ruimte waarin woningbouw en windenergie naast elkaar kunnen worden ontwikkeld.

Het Interprovinciaal Overleg (IPO) reageert positief op de duidelijkheid die het kabinet met de norm geeft. Volgens de koepelorganisatie zijn door de langdurige onzekerheid veel projecten voor wind op land stopgezet of vertraagd. "Dit kabinetsstandpunt geeft duidelijkheid over hoe windenergie op land verder ontwikkeld kan worden. Dat is van groot belang om ons energiesysteem duurzamer, betrouwbaarder en lokaler te organiseren", stelt de organisatie.

De koepelorganisatie wijst er daarnaast op dat de geopolitieke situatie de urgentie vergroot. "Gezien de onrustige geopolitieke situatie rondom grondstoffen, wordt de noodzaak van duurzame energie van eigen bodem groter."

Spanning tussen ruimte en normen

De afstand tussen windturbines en woningen is een gevoelig punt, met name in dichtbevolkte gebieden. Omwonenden klagen over geluidsoverlast en slagschaduwen van draaiende wieken. Daarnaast kan de aanwezigheid van turbines de landschappelijke omgeving verstoren en de waarde van nabijgelegen woningen verlagen. Tegelijk staan overheden voor de opgave te voldoen aan milieudoelstellingen voor schonere energie. Hoe strenger de afstandsnorm, hoe minder ruimte er overblijft voor zowel woningbouw als windturbines.

Het IPO gaat het kabinetsvoorstel verder bestuderen, samen met de koepel van gemeenten en het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NP RES), dat regio's ondersteunt bij de ontwikkeling van duurzame energie.

Norm brengt duidelijkheid

De nieuwe afstandsnorm maakt de ruimtelijke afweging tussen woningbouw en windenergie concreter. Omdat turbines in beginsel op minimaal twee keer hun tiphoogte van woningen moeten staan, wordt duidelijker hoeveel ruimte tussen beide functies nodig is.

Voor gebiedsontwikkeling is vooral relevant dat een strengere afstandsnorm minder ruimte laat om woningen en windturbines naast elkaar te ontwikkelen. Vooral in dichtbevolkte gebieden kan dat de spanning tussen woningbouw en duurzame energie vergroten.

Hoe groot de gevolgen voor concrete woningbouw- en windprojecten zijn, blijkt nog niet uit het kabinetsstandpunt.